Definities
Hieronder staan een aantal definities op creditmanagementgebied, verzameld door onze CreditExperts.Credit Management algemeen
Best Possible DSO - Hierbij wordt alleen het openstaande saldo gemeten binnen de vervaltermijn. De formule is: Openstaand bedrag binnen de vervaltermijn / Totale omzet in de meetperiode X aantal dagen van de meetperiode. Dus hoe dichter de werkelijke DSO bij de Best Possible DSO in de buurt komt, des te beter is gevoerde credit management beleid.
DSO - Days Sales Outstanding = het aantal dagen dat de facturen gemiddeld openstaan.
Insolventie - onmacht om aan de geldelijke verplichtingen te voldoen
Weighted DSO - Het aantal dagen dat de facturen gemiddeld openstaan, waarbij de hoogte van de facturen als wegingsfactor telt.
Factoring
Factoring - bedrijfsfinanciering op basis van debiteurenvorderingen.
Factoring without Recourse - Hierbij wordt het debiteurenrisico door de factormaatschappij overgenomen.
Faillissementen
Akkoord - Een akkoord is een regeling met de gewone, niet bevoorrechte schuldeisers, waarbij zij genoegen nemen met gedeeltelijke betaling. Wanneer dit door de meerderheid van de schuldeisers wordt geaccepteerd, kan het door de rechter aan de anderen dwingend worden opgelegd. Met de preferente schuldeisers moet een aparte regeling worden getroffen.
Curator - Een curator wordt door de rechtbank benoemd in een faillissement. De curator is belast met het beheer en de vereffening van de failliete boedel. Hij treedt met name op voor de belangen van de schuldeisers.
Faillissement - Een faillissement is een gerechtelijk beslag op het hele vermogen ten behoeve van de schuldeisers. De failliet verliest het beheer over het vermogen en kan er niet meer over beschikken. De failliet kan een privé-persoon zijn (bijvoorbeeld een eenmanszaak of een vennootschap onder firma), of een rechtspersoon (een BV).
Een curator neemt het beheer van vermogen over en is de enige persoon die handelend mag optreden. De Rechtbank stelt de curator aan. Deze zorgt voor vereffening van het vermogen.
Faillissementsaanvraag - Voorwaarde voor de aanvraag van een faillissement is dat de schuldenaar in een toestand verkeerd waarin hij heeft opgehouden te betalen (art 1 Fw). Indien het faillissement niet is aangevraagd op eigen aangifte, dienen schuldeisers deze toestand aannemelijk te kunnen maken door het bestaan van één of meer onbetaalde schulden aan te tonen (art 6, lid 3 Fw). Betwisting van deze (steun)vorderingen door de schuldenaar staat het faillissement niet in de weg. Ook een betwiste vordering wordt als steunvordering in aanmerking genomen.(Bron: STIN).
Rangorde van schuldeisers - Bij de rangorde van schuldeisers is met name het soort vordering dat u heeft op uw schuldenaar van belang. In dit verband zijn drie soorten vorderingen te onderscheiden: Boedelvorderingen: dit zijn schulden die, veelal met medewerking van de curator, ontstaan gedurende de periode van het faillissement. Boedelschulden, bijvoorbeeld de salariskosten van de curator of de huur die sinds de dag van het faillissement verschuldigd is, worden het eerst voldaan. De wet bepaalt wanneer er sprake is van een boedelschuld. Preferente vorderingen: schuldeisers met een preferente vordering hebben een bij wet erkend recht van voorrang. Dit is bijvoorbeeld het geval bij vorderingen tot betaling van belastingen en sociale premies. Maar ook binnen de groep van preferente vorderingen geldt een rangorde. Zo gaan vorderingen uit hoofde van hypotheek en pand vaak voor. De hypotheekhouders en de pandhouders, veelal de banken, kunnen in feite zelfstandig zorgen dat hun vordering wordt voldaan. Concurrente vorderingen: schuldeisers met concurrente vorderingen hebben geen enkele grond om bij een faillissement voorrang boven de andere schuldeisers te verlangen.
Surseance van betaling - Surseance van betaling is (tijdelijke) uitstel van betaling. Een ondernemer die tijdelijk niet in staat is om aan zijn financiële verplichtingen te voldoen, kan via de rechter uitstel van betaling aanvragen.
Uitdelingslijst - De curator maakt aan het einde van het faillissement een zogenaamde uitdelingslijst op. Hierin staan onder andere:
*de crediteuren en de omvang van de vorderingen
*het bedrag dat aan de crediteuren zal worden uitbetaald.
*de ontvangsten in het faillissement
*de uitgaven in het faillissement
Verificatievergadering - Als het faillissement na de bewaarfase niet is opgeheven wegens gebrek aan baten, treedt de verificatiefase in. De curator gaat na of de vorderingen van de schuldeisers juist zijn. Deze verificatie vindt plaats aan de hand van de aanwezige administratie en inlichtingen van de schuldenaar.
Op de verificatievergadering worden alle vorderingen doorgenomen. Schuldeisers van wie de vorderingen worden betwist, kunnen op de verificatievergadering hun vordering toelichten en proberen deze alsnog erkend te krijgen. Mochten de partijen het niet eens worden over een vordering, dan zal de rechtbank erover moeten beslissen.
Kredietverzekering copyright: Martine Keune - Kredietverzekeringsexpert.nl
Aanvangsdekking/blinde dekking - De aanvangsdekking beperkt zich tot een bedrag van € 3000,--. Met deze dekking opgenomen in de polis kan men zaken doen met een debiteur tot € 3000,-- zonder de beschikking te hebben over zelfbeoordeling, limiet of toetsing. Het dekkingspercentage beperkt zich echter tot 50 % ipv het normaal gedekte percentage dat opgenomen is. De aanvangsdekking is vaak alleen geldig voor Nederland.
Achterstalligheid - Is een vorm van schadedreiging. Er in het algemeen pas sprake van schadedreiging als een vordering 60 dagen na de vervaldag nog niet is voldaan.
Betalingsrisico - Bij de levering van goederen aan binnenlandse en buitenlandse afnemers – voor zover deze leveringen niet tegen vooruitbetaling of onder rembours geschieden - loopt de leverancier het risico, dat zijn afnemer in gebreke blijft de vordering te voldoen. Hetzelfde risico doet zich ook voor bij het verlenen van diensten of uitvoeren van werkzaamheden en het verhuren van goederen. Men noemt dit ook wel kredietrisico.
Claimdrempel - Tot en met het bedrag van de claimdrempel vindt geen uitkering plaats, boven dat bedrag vindt uitkering plaats over de hele vordering.
Contract risico - Bij het afsluiten van een order worden ook kosten gemaakt voordat er daadwerkelijk geleverd wordt cq werkzaamheden worden uitgevoerd. Dit noemt men ook wel fabricatie risico.
Eigen risico - Het niet-gedekte eigen risico dat zelf moet worden gedragen en dus niet mag worden overgedragen aan derden, b.v. een bankier.
Eigen risico per debiteur( ERPD) - Tot en met het bedrag van de ERPD vindt geen uitkering plaats. Boven dat bedrag vindt uitkering plaats over de hele vordering, excl. het ERPD.
Factureertermijn - De termijn waar binnen men verplicht is te factureren.
Gedekt Percentage - Het maximale percentage wat men uitgekeerd krijgt van de verzekeraar.
Kredietverzekering - Kredietverzekering dekt het risico van non-betaling in een debiteurenportefeuille.
Uitvoeringstermijn - De termijn vanaf order acceptatie tot levering.
Zelfbeoordeling - De mogelijkheid om zelf kredietlimieten vast te stellen tot een bepaald bedrag, meestal € 15.000,-- mits verzekerde geen ongunstige betalingservaring heeft met de desbetreffende debiteur.
Best Possible DSO - Hierbij wordt alleen het openstaande saldo gemeten binnen de vervaltermijn. De formule is: Openstaand bedrag binnen de vervaltermijn / Totale omzet in de meetperiode X aantal dagen van de meetperiode. Dus hoe dichter de werkelijke DSO bij de Best Possible DSO in de buurt komt, des te beter is gevoerde credit management beleid.
DSO - Days Sales Outstanding = het aantal dagen dat de facturen gemiddeld openstaan.
Insolventie - onmacht om aan de geldelijke verplichtingen te voldoen
Weighted DSO - Het aantal dagen dat de facturen gemiddeld openstaan, waarbij de hoogte van de facturen als wegingsfactor telt.Factoring
Factoring - bedrijfsfinanciering op basis van debiteurenvorderingen.
Factoring without Recourse - Hierbij wordt het debiteurenrisico door de factormaatschappij overgenomen. Faillissementen
Akkoord - Een akkoord is een regeling met de gewone, niet bevoorrechte schuldeisers, waarbij zij genoegen nemen met gedeeltelijke betaling. Wanneer dit door de meerderheid van de schuldeisers wordt geaccepteerd, kan het door de rechter aan de anderen dwingend worden opgelegd. Met de preferente schuldeisers moet een aparte regeling worden getroffen.
Curator - Een curator wordt door de rechtbank benoemd in een faillissement. De curator is belast met het beheer en de vereffening van de failliete boedel. Hij treedt met name op voor de belangen van de schuldeisers.
Faillissement - Een faillissement is een gerechtelijk beslag op het hele vermogen ten behoeve van de schuldeisers. De failliet verliest het beheer over het vermogen en kan er niet meer over beschikken. De failliet kan een privé-persoon zijn (bijvoorbeeld een eenmanszaak of een vennootschap onder firma), of een rechtspersoon (een BV). Een curator neemt het beheer van vermogen over en is de enige persoon die handelend mag optreden. De Rechtbank stelt de curator aan. Deze zorgt voor vereffening van het vermogen.
Faillissementsaanvraag - Voorwaarde voor de aanvraag van een faillissement is dat de schuldenaar in een toestand verkeerd waarin hij heeft opgehouden te betalen (art 1 Fw). Indien het faillissement niet is aangevraagd op eigen aangifte, dienen schuldeisers deze toestand aannemelijk te kunnen maken door het bestaan van één of meer onbetaalde schulden aan te tonen (art 6, lid 3 Fw). Betwisting van deze (steun)vorderingen door de schuldenaar staat het faillissement niet in de weg. Ook een betwiste vordering wordt als steunvordering in aanmerking genomen.(Bron: STIN).
Rangorde van schuldeisers - Bij de rangorde van schuldeisers is met name het soort vordering dat u heeft op uw schuldenaar van belang. In dit verband zijn drie soorten vorderingen te onderscheiden: Boedelvorderingen: dit zijn schulden die, veelal met medewerking van de curator, ontstaan gedurende de periode van het faillissement. Boedelschulden, bijvoorbeeld de salariskosten van de curator of de huur die sinds de dag van het faillissement verschuldigd is, worden het eerst voldaan. De wet bepaalt wanneer er sprake is van een boedelschuld. Preferente vorderingen: schuldeisers met een preferente vordering hebben een bij wet erkend recht van voorrang. Dit is bijvoorbeeld het geval bij vorderingen tot betaling van belastingen en sociale premies. Maar ook binnen de groep van preferente vorderingen geldt een rangorde. Zo gaan vorderingen uit hoofde van hypotheek en pand vaak voor. De hypotheekhouders en de pandhouders, veelal de banken, kunnen in feite zelfstandig zorgen dat hun vordering wordt voldaan. Concurrente vorderingen: schuldeisers met concurrente vorderingen hebben geen enkele grond om bij een faillissement voorrang boven de andere schuldeisers te verlangen.
Surseance van betaling - Surseance van betaling is (tijdelijke) uitstel van betaling. Een ondernemer die tijdelijk niet in staat is om aan zijn financiële verplichtingen te voldoen, kan via de rechter uitstel van betaling aanvragen.
Uitdelingslijst - De curator maakt aan het einde van het faillissement een zogenaamde uitdelingslijst op. Hierin staan onder andere: *de crediteuren en de omvang van de vorderingen
*het bedrag dat aan de crediteuren zal worden uitbetaald.
*de ontvangsten in het faillissement
*de uitgaven in het faillissement
Verificatievergadering - Als het faillissement na de bewaarfase niet is opgeheven wegens gebrek aan baten, treedt de verificatiefase in. De curator gaat na of de vorderingen van de schuldeisers juist zijn. Deze verificatie vindt plaats aan de hand van de aanwezige administratie en inlichtingen van de schuldenaar. Op de verificatievergadering worden alle vorderingen doorgenomen. Schuldeisers van wie de vorderingen worden betwist, kunnen op de verificatievergadering hun vordering toelichten en proberen deze alsnog erkend te krijgen. Mochten de partijen het niet eens worden over een vordering, dan zal de rechtbank erover moeten beslissen.
Kredietverzekering copyright: Martine Keune - Kredietverzekeringsexpert.nl
Aanvangsdekking/blinde dekking - De aanvangsdekking beperkt zich tot een bedrag van € 3000,--. Met deze dekking opgenomen in de polis kan men zaken doen met een debiteur tot € 3000,-- zonder de beschikking te hebben over zelfbeoordeling, limiet of toetsing. Het dekkingspercentage beperkt zich echter tot 50 % ipv het normaal gedekte percentage dat opgenomen is. De aanvangsdekking is vaak alleen geldig voor Nederland.
Achterstalligheid - Is een vorm van schadedreiging. Er in het algemeen pas sprake van schadedreiging als een vordering 60 dagen na de vervaldag nog niet is voldaan.
Betalingsrisico - Bij de levering van goederen aan binnenlandse en buitenlandse afnemers – voor zover deze leveringen niet tegen vooruitbetaling of onder rembours geschieden - loopt de leverancier het risico, dat zijn afnemer in gebreke blijft de vordering te voldoen. Hetzelfde risico doet zich ook voor bij het verlenen van diensten of uitvoeren van werkzaamheden en het verhuren van goederen. Men noemt dit ook wel kredietrisico.
Claimdrempel - Tot en met het bedrag van de claimdrempel vindt geen uitkering plaats, boven dat bedrag vindt uitkering plaats over de hele vordering.
Contract risico - Bij het afsluiten van een order worden ook kosten gemaakt voordat er daadwerkelijk geleverd wordt cq werkzaamheden worden uitgevoerd. Dit noemt men ook wel fabricatie risico.
Eigen risico - Het niet-gedekte eigen risico dat zelf moet worden gedragen en dus niet mag worden overgedragen aan derden, b.v. een bankier.
Eigen risico per debiteur( ERPD) - Tot en met het bedrag van de ERPD vindt geen uitkering plaats. Boven dat bedrag vindt uitkering plaats over de hele vordering, excl. het ERPD.
Factureertermijn - De termijn waar binnen men verplicht is te factureren.
Gedekt Percentage - Het maximale percentage wat men uitgekeerd krijgt van de verzekeraar.
Kredietverzekering - Kredietverzekering dekt het risico van non-betaling in een debiteurenportefeuille.
Uitvoeringstermijn - De termijn vanaf order acceptatie tot levering.
Zelfbeoordeling - De mogelijkheid om zelf kredietlimieten vast te stellen tot een bepaald bedrag, meestal € 15.000,-- mits verzekerde geen ongunstige betalingservaring heeft met de desbetreffende debiteur. 
